![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
Koolman,Coolman,
ten Cate van Coolman en
ten Doornkaat Koolman
De
genealogische onderzoek naar de families Koolman, ten Doornkaat
Koolman, Coolman, ten Cate van Coolman, Hoving, Zomering en Schelts van
Kloosterhuis is gedaan door Walter Koolman.
Deze families hebben allen de zelfde stamvader genaamd Meerten Ebels.
De geboorte en sterfjaar des stamvader is tot dusver onbekend.
Vermoedelijk is zijn geboorte rond 1570 geweest.
Het stamhuis der familie schijnt dan op de Meeden gezocht te moeten
worden.
De familie behoord tot de Doopsgezinden/ mennonieten.
De naam "doopsgezinden" (vroeger ook wel "dopersen" of "menisten"
genoemd) heeft te maken met hun specifieke kijk op de doop.
In plaats van kinderen te laten dopen zoals ten tijde van hun
ontstaansgeschiedenis en ook nog lange tijd daarna bij de meeste andere
kerken het geval was/ is, kennen zij slechts de volwassenen doop.
De nageslacht van Meerten Eebels heeft in de loop der tijd
verschillende geslachtsnamen aan genomen.
De oorspronkelijke geslachtsnaam “Koolman” uit de
lijn van Foppo Mertens (zoon van Meerten Eebels) dook o.a op in de oude
huwelijkscontract van 1788 tussen Hendrik Olfert (Koolman) en Abeltje
Jacobs van Calcar. Ook in de doopsgezinde doopboeken van het jaar 1756
werd de naam Koolman reeds gebruikt door de families die nu de naam met
een C schrijven.
Ook wijst de heer J. Huizinga (Schrijver van de uit 1887 geproduceerde
geslachtsregister van de familie Koolman/ Coolman enz.) op hetgeen dat
de geslachtsnaam al ruim voor 1780 geschreven werd.
Hij verwijst naar een geschilderde portret van Uko Fiepkes, in het
onderschrift de naam Uke Fiepkes Coolman droeg, volgens verzekering van
diens kleindochter.
De meeste nakomelingen van Foppo Mertens hebben dan ook de
geslachtsnaam Koolman of Coolman als geslachtsnaam.
Wat de naam oorsprong betreft, luid het algemeen vergeten verhaal uit
de achttiende eeuw dat door spotternij is omgeven: Als men namelijk op
het land manschappen zocht om ze te pressen tot Militair, schutter of
andere openbare diensten, had het hoofd van het gezin, daarin geen zin
in.
Zo meende hij tijdelijk een veilige schuilplaats te hebben gevonden in
zijn hof, te midden van zijn opgeschoten moes of boerenkool.
Als hij het gevaar van zijn ontdekking geweken achtte, verhief hij zijn
hoofd.
Maar hij werd gezien en met groots gejuich medegevoerd onder den roep:
wij hebben den koolman! Een naam die hem aanvankelijk in de
volksgesprekken bijbleef, en de aanduiding werd van hen en de familie.
Later werd dit niet meer als vernedering gezien, zodat de naam Koolman
of Coolman ook graag als geslachtsnaam door het nageslacht werd
opgenomen.
Waar zich dit heeft afgespeeld of in welke plaats wordt niet vermeld.
Het verhaal wijst naar een woelige tijdperk.
Kortom waar of niet, het blijft een leuk verhaal dat van generatie op
generatie werd doorverteld, totdat het in de vergetelheid belande.
De families kende voor 1800 een ware welstand en waren tevens berucht
te noemen door hun omstreden opvattingen, om maar eens een paarnamen te
noemen: Uke Walles en Fiepke Olferts (Koolman).
Ook is de familie bekend door hun familie bedrijfjes zoals jenever
branderijen die later onder de naam ten Doornkaat Koolman in Duitsland
werden voortgezet.
Ook was de familie rijk vertegenwoordigt als Landbouwer op het
Groningse land.
Tijdens de zoektocht naar mijn familie ben ik meerdere malen in contact
geweest met verre verwante met de achternaam Koolman en Coolman te
Groningen en elders in Nederland.
Ook is er hulp uit Duitsland en de VS gekomen, van zowel de ten
Doornkaat Koolman als Koolman families. Aan velen van Nederland, VS en
Duitsland wonende families heb ik ook zeer veel te danken.
Want zonder de hulp van zo velen was dit zeker niet tot stand gekomen.
![]() Volgende pagina. |